Jeugdherinneringen van Jan Hoen...

De familie Hoen verhuisde in 1934 van Brunssum naar Bingelrade, waar vader Gerard altijd al wilde wonen. Hij was tot die tijd chauffeur geweest van hoofdingenieur Op de Kamp van de Staatmijn Hendrik, maar kreeg een baan als operator in de wasserij.
Omdat de gemeentewoning naast de oude school (nu ligt daar het St. Lambertusplein) een grote tuin had, was de keuze van vader Hoen voor dat huis vanzelfsprekend. "Vanuit het keukenraam konden we op de jongensspeelplaats kijken. We liepen altijd achter de school om naar onze gaard".



Die school maakte deel uit van een multifunctioneel gebouw, zoals ze tegenwoordig weer her en der verrijzen. Bingelrade was dus al heel vroeg modern, maar vooral eco­nomisch bezig. De jongens en meisjes hadden toen nog aparte speelplaatsen, die ge­scheiden waren door een hoge muur. Het gebouw bestond onder meer uit:
a. vijf schoollokalen op de begane grond, klas 3 en 4 op de eerste etage,
b. het gemeentehuis (dat boven de klassen lag), bereikbaar via een wenteltrap,
c. een redelijk grote gymzaal,
d. een brandweervoorziening met de nodige apparatuur, en
e. een gevangenenkot.



Toen in 1934 de houten vloer in de nieuwe kerk werd aangebracht, zette één van de timmerlieden Jan, die niet uit hun buurt weg te slaan was, pardoes boven op het altaar, waar hij rustig met stukjes hout verder mocht spelen....

In 1937 verhuist het gezin naar het boerderijtje in de Geerstraat, waar nu Guido Ancion en Joyce Oijen hun atelier(s) hebben. Ook daar lag een geweldige tuin achter en Jan moest er, vijf jaar oud, stenen uit de tuin helpen rapen.

Broer Joep is er met zijn moeder blijven wonen tot zij in 1984 stierf.

Er is nu al decennia lang geen winkel meer in Bingelrade, behalve dan de rijdende S.R.V.
Maar vroeger waren er zeker zeven, weet Jan zich te herinneren:

  1. Offermans (+ café), later café Eggen.
  2. Moeder (van Zef) Ackermans, rechts naast fam. Harrie Ackermans-Benes.
    Daar kreeg je voor 1 cent "inne sjoonsreem drop, en .....

    veer pakdje meteen inne brok höfe oet ut groewte blok op de toewnbank,
    es mam efkes neet keek...".


  3. Buyzers naast het huidige Ontmoetingscentrum, tevens café.
  4. Een kruidenierswinkeltje in het pand waar nu Cor Geilen woont, Dorpsstraat 107.
  5. Ernaast een slagerij. Slager Konings (uit België afkomstig) ging met vlees langs de deur. Zijn vrouw verkocht tevens stofjes. "We noemden haar "mem"". Zij trouwde na haar mans dood met een zekere Cox en samen begonnen zij een Végé-winkel
  6. Zef Meijers. Hij ging in het begin van de oorlog naar de mijn, had eerst een verfwinkel. Later maakte diens broer Harrie er een kruidenierswinkel van.
  7. De A&O-winkel van Mie van Sjtiene tegenover het kerkhof.

Er was ook een smid, namelijk Sjeng Mengelers, aan de Dorpsstraat 181. Hij had vier dochters.
Momenteel is er nog maar één café in Bingelrade op, namelijk op de hoek Maastrichterstraat-Dorpsstraat. Heel lang geleden was dat wel even anders. Overdreven gezegd, kun je stellen dat iedere straat toen wel een paar drankgelegenheden had. Een zeer drukbezocht café was bijvoorbeeld café Ton Kuijpers (voorheen Zuylen) aan de Kneykuilerweg.

Niet overal was er voor de oorlog een "bewaarschool", zo ook in Bingelrade niet. Daarom kwam er een bus langs, die de kinderen ophaalde en naar de kleuterschool van Merkelbeek bracht. Die lag naast de kerk, waar nu het klooster "Het Korenveld" ligt. Op de "grote school", die Jan bezocht vanaf 1938, waren drie leerkrachten: Juf­frouw Geuskens (Brouwers) voor klas 1 en 2, meester Teulings voor klas 3 en 4 en meester Geurts voor de klassen 5,6 en 7. In de winter was de verwarming van de loka­len verre van ideaal. Hoge potkachels op eierkolen gaven een heel onvoordelige warmte. In bepaalde klassen vernikkelde je achterin zowat. Tegenwoordig een goede reden voor de ouders om hun kinderen thuis te houden.

In 1945 ging Jan voor klas 7 naar Merkelbeek. De meisjes uit het dorp volgden die ho­gere leerjaren in Schinveld, waar toen al gold "één jaar Schinveld is beter dan 5 jaar HBS".
Jan kreeg in Merkelbeek, samen met Gerard Ackermans + en Harrie+ en Frien+ Theunissen les van meester Höppener. Later hadden ze les van meester Vromen, die ook boeiende praatjes voor Radio Limburg hield over het boerenleven van vroeger. Meester Vromen was een echte dialectman, die iemand een draai om zijn oren gaf als die het woord "vlinder" gebruikte. Alleen "pieëpel" (wellicht een verbastering van het Franse "papillon"?) was namelijk goed genoeg.



In hetzelfde gebouw waar de school en het gemeentehuis gevestigd waren, was er dus ook een klein vertrek gereserveerd om een gevangene een of twee dagen vast te hou­den. Eens werd de boosdoener tijdens het weekend door de "rechterlijke macht" vergeten.
Jan's moeder gaf hem toen door een raampje boterhammen te eten.

Schaatsen leerde je als kleine jongen op de "Hoebert Gooyen-pool" (in de wei tussen Putstraat en Kruisstraat achter de woning waar nu Rien Strijkers woont. Dat weiland is nu allang volgebouwd) namelijk bij de schuren van het kasteel. Was je "volleerd", dan kon je naar de grote vijver in de Eindstraat.
Het voetballen in de wei aan de Maastrich­terstraat van boer Tilmans was een belevenis op zich. Die ene koe die daar liep, werd dan buiten de omheining geleid en vastgebonden aan de wegrand (waar het gras trouwens groener en frisser was dan in de platgetrapte wei), 's Avonds namen de jongens het volge­vreten dier (met een uier van heb-ik-jou-daar) dan mee naar huize Tilmans om gemolken te worden.

Voordat Offermans in 1951 zijn bakkerij startte in het pand achter het mooie muurkruis - tegenover café de Hook, voorheen café Eggen en daarvoor café De Kloes- waren er al heel wat broodbezorgers in Bingelrade actief (geweest) waaronder Van Eeghem (Brunssum), Bleezer (Schinveld), Hoenen (Geleen), Heunen (Doenrade), Snackers (Wintraak), O.D.B. (Heerlen).
In het begin bezorgde bakker Offermans brood met de bakfiets. Als hij dan bij de fa­milie Kuijpers -een van zijn beste klanten- was geweest, was de korf leeg. Die familie uit Grubbenvorst, na de oorlog neergestreken in Bingelrade, had namelijk 9 jongens en 5 meisjes: Frans, Piet, Ton+, Wiel, Mia, Harrie, Doortje, Karei, Els, Jan, Gerrit, Annie, Nellie en Lei (met dank aan Frans bij het opsommen van de namen van oud naar jong).
Mia Gorissen-Hoen, Jan's zuster, werkte vanaf 1953 in de bakkerij. Toen nog ging de bakker één keer per week deeg met toebehoren ophalen bij de klanten om het in zijn bedrijf (af) te bakken. Vroeger maakten mensen blijkbaar gemakkelijker hun eigen vlaai- en/of brooddeeg dan nu.
In 1955 moesten de schoolklassen plaatsmaken voor bakkerij Offermans. Het toen net nieuwe schoolgebouw nam zowat de hele "gaard" van Gerard Hoen in beslag. Het eerste stuk had de familie al eerder moeten afstaan voor het oprichten van de "vogelsjtang". Die school is in de tachtiger jaren weer vervangen door nieuwbouw.

Annie, de vrouw van Jan, is ondertussen bezig geweest met het wasgoed van de parochiekerk. Die kerk is trouwens ook Jan's tweede liefde, maar ook de wereldlijke sec­tor van het dorp weet Jan's veelzijdig vakmanschap op waarde te schatten. "Dat moet hij beslist van zijn vader hebben", beweert Clara Lemmens-Smeets "oet de Veel". Zij kan het weten, want tijdens de ziekte van haar man ontpopte Jan zich tot een onmis­bare kracht op de boerderij .Ook de toneelclub heeft ervaring met de veelzijdigheid van Jan Hoen, want ze heeft altijd dankbaar gebruik gemaakt van diens kwaliteiten als decorbouwer, decorateur, rekwisiteur en wat dies meer zij.

Onlangs was hij bezig met de reparatie van een boomkruis, dat aan de lindeboom hangt op de hoek Eindstraat-Maastrichterstraat. Precies en puik werk!

(bron: Jaarboek 2005 heemkunde vereniging de Veersjrunk)