Menu
Menu

Bingelrade en de Tweede Wereldoorlog...

De tweede wereldoorlog is eigenlijk aan Bingelrade voorbijgegaan. Er was geen sprake van slachtoffers, evacué's of schade.
Slechts enkele koeien en een paard werden gedood door granaatscherven.

Meteen in de eerste oorlogsnacht vielen er enkele bommen op het land van de familie Mertens waarvan bijna alle bommen, op een na, ontploften.
Ook vielen er enkele bommen op en nabij het 'Hoogveld'.
Tussen de 'Greyert' en de Maastrichterweg, op het land van Felix Goffin, stortte in de oogsttijd van 1943 een Duits vliegtuig brandend neer. Waarschijnlijk was het getroffen door een Amerikaanse jager. De piloot zat er nog in.
In de jaren vijftig werd hij opgegraven en aan de hand van zijn identiteitsplaatje geïdentificeerd.

Ook in Bingelrade moesten alle radio's worden ingeleverd. Dat moest gebeuren op het oude postkantoor aan de Dorpsstraat 35.

In het najaar van 1943 werd een Amerikaans vliegtuig in de buurt van Bingelrade neergeschoten. De piloten wisten met behulp van hun parachute aan de dood te ontkomen. Eenmaal beneden werden ze door inwoners van Bingelrade, die waren aangesloten bij de Ondergrondse VerzetsBeweging (OVB), aan een onderduikadres geholpen.
Bingelraadse kinderen gingen met een mandje in opdracht van de OVB voedsel brengen, waarschijnlijk bestemd voor de onderduikers.
Dit mandje moesten ze halverwege de weg neerzetten. Ze mochten met niemand praten over wat ze hadden gebracht. De kinderen zelf wisten totaal niet wat er met het mandje aan de hand was.
Als ze het weer gingen ophalen, zat er voor elk kind een stuk chocolade in.

Een andere parachutist is neergekomen in de Horbies tussen Viel, Doenrade en Douvergenhout. In de buurt waren vader en zoon Daemen uit Viel op het land aan het werk. De parachutist werd door J. Heylands en H. Jacobs overgebracht naar het 'Brenderbosje' achter Viel. Van daaruit werd hij tijdelijk ondergebracht bij de familie Merten, waar hij op verder transport wachtte.
Met twee man ging hij naar de 'dikke boom' tussen Doenrade en de Wintraak. Daar stonden twee anderen gereed om de piloot over te nemen.
Via de Watersley is hij op de ontsnappingsroute naar Frankrijk terecht gekomenen over zijn verdere lot is verder niets meer vernomen.
De parachute is door de heer Meertens mee naar huis genomen waarna er later een bruidsjurk van is gemaakt.
Ook in de kelder van Zefke Gelissen in Viel hebben enkele onderduikers gezeten.

Tijdens de oorlog liep elke nacht een patrouille van twee man door het dorp, een soort burgerwacht.
De commandopost was in het gemeentehuis, boven de oude school op het tegenwoordige Larnbertusplein. Bij luchtalarm werd op een muziekinstrument (auw treuët) geblazen.
Er werden in Bingelrade ook enkele razzia's gehouden.
Tijdens zo'n razzia is een inwoner van Bingelrade gevlucht, hij verstopte zich in een 'bakkes' (bakoven achter het huis).

Op zondag 17 september 1944, de feestdag van Sint Lambertus, werd er nog Duits geschut opgesteld nabij de Keldersdaal.
Maar op maandag 18 september rolden eindelijk de eerste Amerikaanse tanks Bingelrade binnen, om het dorp van de Duitse bezetters te bevrijden. Na de bevrijding kon men voor een ei een kanon afschieten. De kanonnen stonden op het land van de familie Zuylen, tegenover de Sleyhof.
Als men de soldaten een ei gaf, mocht men aan het koordje trekken zodat het kanon afging waarvan de loop was gericht op Wehr en Gangelt.

Na de oorlog zijn diverse Duitse en geallieerde granaten uitgegraven en onschadelijk gemaakt bij de Maastrichterweg,
maar ook in de Viel, nabij de Quabeekseweg, de Sleyhof en nabij het oude Kerkpad werden granaten gevonden.
Tijdens en na de oorlog vloog er een verkenningsvliegtuigje over het dorp.
De mensen zeiden dan: "Daar komt Deurenberg weer."

Tenslotte nog een anekdote.
Een Amerikaanse soldaat vroeg eens aan een inwoonster van Bingelrade: "Are you married?'',
"Nee," antwoordde de vrouw, "dat is mijn zuster, ik ben An."

De parochiekerk van Bingelrade, gewijd aan St. Lambertus, liep in de oorlog geen noemenswaardige schade op, alleen de oorspronkelijke kerkklokken werden in mei 1943 geconfisqueerd door de Duitse bezettter.
De klokken, die zich op dat moment in de toren bevonden, waren afkomstig uit de oude parochiekerk en uit de kapel te Raath.
De grote klok, gewijd aan St. Lambertus, kwam uit de oude parochiekerk, de kleine, gewijd aan St. ]oseph, uit de kapel te Raath.
(Beide werden in 1935 in een nieuwe klokkestoel gehangen in de nieuwe huidige kerk, nadat de bestaande kerkgebouwen waren gesloten).

De klokken werden in 1943 door de galmgaten uit de kerktoren getakeld met behulp van een lier, waarna ze voor de kerk op het kerkplein werden geplaatst alvorens ze twee à drie weken later hun trieste aftocht bliezen richting het oosten.
De tijd dat ze daar stonden werden ze 's zondags 'geluid' door de Bingelraadse 'buujeleri' (bengels). Ze deden dit door met een ijzeren staat tegen de buitenkant van de klokken te slaan.
Gedurende de tijd dat de kerk van Bingelrade geen luidklokken had kreeg men, vermoedelijk van de Zusters aan de Plakstraat in Sittard,
een kleine noodklok in bruikleen, welke haar dienst deed tot het jaar 1948.
In dit jaar werden nieuwe kerkklokken in de toren opgehangen waarna de kleine noodklok werd teruggebracht.

Kapelaan Jozef Gorissen gaf, toen hij kapelaan in Geleen was, katechismusles aan ene zekere Joosten.
Vele jaren later, toen Gorissen pastoor van Bingelrade was, ontmoette hij zijn oude leerling Joosten, toen deze de klokken uit de kerk ontvreemdde.
Pastoor kreeg daarop zo'n ruzie met deze joosten, dat de kinderen op het schoolplein konden meegenieten.
Iemand moet destijds gezegd of geschreven hebben: 'Klokken uit de toren - Oorlog verloren'.

 

Bron: Jaarboek Heemkundevereniging de Veersjprunk (1994)